Een tango - macht en tegenmacht

Het belangrijkste onderwerp dat ons nu allemaal bezig houdt is zonder twijfel gezondheid. Gezond zijn als ultieme vrijheid. Een aantal bespiegelingen over democratie, taalgebruik, economie en digitalisering. En hoe deze onderwerpen voorwaarden zijn voor een vrije en gezonde samenleving, een samenleving die iedereen verder helpt. Een vrijheidsessay door onze wethouder Lara de Brito.

Als we nu voorzichtig een blik vooruit werpen naar het moment dat we de piek van de gezondheidsdreiging onomkeerbaar achter ons hebben, en nadenken over wat we aantreffen, dan zien we in ieder geval een economie die buiten adem is. KLM wordt kunstmatig in de lucht gehouden, en de ravage die deze crisis voor kleine ondernemers betekent is bijna niet voor te stellen. Het vraagt om een masterplan met een duidelijke visie. Waar willen we als samenleving heen. Nu is het moment om een aantal veranderingen teweeg te brengen die ons ook in de toekomst gezonder en veiliger houden.

 

Koop lokaal

Laat ik dicht bij huis beginnen, met het onderwerp voedsel. Voedsel is behalve een heel Wagenings onderwerp, met de voedseluniversiteit binnen onze gemeentegrenzen, ook een onderwerp dat gezondheid en economie op een natuurlijke manier combineert. Door de coronacrisis komen veel lokale bedrijven en voedselproducenten in de knel. Tegelijkertijd ontstaat er steeds meer bewustzijn over de waarde van lokale bedrijvigheid en ontstaan er initiatieven die het lokaal kopen aanmoedigen. Met slogans als ‘Koop lokaal da’s lekker sociaal’ staat de lokale economie als nooit tevoren in de schijnwerpers. In een zuidelijk land als Portugal, waar mijn familie vandaan komt, merk ik altijd op dat de relatie met voedsel en lokale productie veel hechter is dan hier. Mijn oma weet altijd precies waar haar inkopen vandaan komen en ze koopt altijd bewust producten uit Portugal.

Deze crisis geeft ons de unieke kans om de steun voor de lokale economie verder te versterken. Samen kunnen we er voor zorgen om voedsel dat in onze directe omgeving wordt geproduceerd eerder op ons bord belandt dan voedsel dat, voor veel te weinig geld van de andere kant van de wereld hierheen moet worden gevlogen. Met alle klimaatschade van dien. Als straks na de crisis niet alleen de duurzame banken, maar ook de andere banken, zichzelf bij alle vragen om financiering de vraag stellen: “zit de samenleving hier op te wachten?” zoals Kees Vendrik, hoofdeconoom van de Triodosbank het zo mooi samenvat in een interview in De Groene, dan kunnen we als het over voedsel gaat, maar ook bij alle andere economische activiteiten, de juiste keuzes maken. Keuzes die ons allen vooruit helpen en onze planeet sparen. Dat is de vrijheid en de gezondheid die we voor onszelf maar zeker ook voor onze kinderen en de volgende generaties nodig hebben.

Ook om een gewichtsepidemie in de toekomst te voorkomen, moeten we veel bewuster en gezonder gaan eten. In dezelfde editie van De Groene, die in het teken staat van de toekomst, wijst Jaap Seidell, Hoogleraar Voeding en Gezondheid aan de VU, er op dat we zestig procent van onze dagelijkse energie uit junkfood halen. Van alles wat er in supermarkten verkocht wordt staat zeventig procent niet in de Schijf van Vijf en van de aanbiedingen bestaat negentig procent uit ongezonde keuzes. Dat maakt het noodzakelijk om naast het stimuleren van lokaal voedsel ook serieuze wetgeving te ontwerpen om de gezondheids- en gewichtscrisis die op ons afkomt af te wenden. Het grote verschil met de coronacrisis is dat de junkfoodcrisis zich in slow motion afspeelt, maar het aantal slachtoffers is enorm en gaat de komende jaren, als we niet ingrijpen, serieus verder groeien.

Tijdens een persconferentie eind april zei premier Mark Rutte dat de vrijheid van de één niet ten koste mag gaan van de gezondheid van de ander. De werkelijkheid is dat dat precies is wat er al lang aan de hand is in ons land. Mensen in sommige kansarme wijken leven zes à zeven jaren korter en bijna twintig jaar langer in ziekte. Een onbesproken en voor velen onzichtbare crisis. Als we gezondheid, ook nadat de coronacrisis voorbij is, serieus een prioriteit willen maken dan vraagt dat om hele andere keuzes en ook om deze stille gezondheids- en ongelijkheidscrisis te adresseren.

In het huidige economische systeem is de vrijheid van de een altijd verstrengeld met de onvrijheid van anderen. Dat komt omdat we een economie hebben die draait op uitbuiting en goedkope productie. Veel van de kleren die wij in Nederland kopen en dragen bijvoorbeeld  zijn gemaakt in sweatshops in Azië waar volwassenen en kinderen voor een schijntje in erbarmelijke omstandigheden werken. Dat maakt dat onze rijkdom de armoede van anderen is en ons welbevinden hun ongezondheid. Maar we kunnen ook kiezen voor een gezonde economie, een economie die alle mensen dient. We willen toch allemaal leven in een economie waar alle banken zich afvragen ‘Zit de samenleving hier op te wachten?’ in plaats van ‘Kunnen we hier geld aan verdienen?’ Een economie die handelt in vrijheid en gezondheid, het kan. Als er een ding is dat de huidige crisis duidelijk laat zien is dat niets onaantastbaar is en dat onze vrijheid en onze gezondheid meer waard zijn dan de investeringen die we er tot dusver in hebben gedaan. Daarom en omdat de wereld in snel tempo veranderd is het nodig om een intelligent toekomstplan te ontwikkelen voor het samenlevingsherstel waar we straks voor staan.

 

Brosse democratie

Maar om te kunnen weten wat er in de toekomst moet gebeuren is het belangrijk om verder stil te staan bij wat er nu gaande is. Wereldwijd zien we dat er nu, in crisistijd, democratische principes worden ingeleverd. Alles wat van waarde is is kwetsbaar, zo ook onze democratie. Niet alleen in landen die een jonge en brosse democratische traditie hebben, ook bij ons vraagt het veel alertheid als we middelen inzetten die burgerlijke vrijheden overrulen. Wat ons nu beschermd laat ons ook machteloos achter. Als we onze democratie serieus nemen dan moeten we ten alle tijde kritisch blijven en de dilemma’s onder ogen durven zien.

De corona maatregelen waren net afgekondigd toen we thuis aan het derde seizoen van The Handmaid’s Tale begonnen. Dit derde seizoen heb ik dan ook heel anders bekeken dan de twee daarvoor. Deze populaire en schurende  serie is de verfilming van een boek van Margaret Atwood. Een dystopisch verhaal dat zich afspeelt in een nieuwe door de Bijbel geregeerde republiek genaamd Gilead. Het is fictie, voorbij aan wat de meesten van ons zich kunnen verbeelden, maar helaas niet voorbij de werkelijkheid.

In Gilead neemt een zwaar religieuze groep de macht over nadat door een klimaatramp en ernstige vergiftigingen de meeste vrouwen onvruchtbaar zijn geworden. In dit totalitaire regime regeren de mannen met ijzeren hand. Vrouwen zijn eigendom en naast de echtgenoten van de leiders hebben ze slechts twee rollen, de werksters, de Martha’s en de Handmaid’s. De laatsten hebben als taak om kinderen te baren voor het echtpaar dat ze toegewezen wordt. Op een rituele wijze met een letterlijke interpretatie van de Bijbel als basis worden ze regelmatig verkracht in de hoop dat ze -‘praise be’- zwanger worden. De eigen Bijbelse taal, waar een ieder elkaar begroet met het claustrofobische zinnetje ‘under his eye’, is beklemmend en beangstigend.

Ongehoorzaamheid en het niet minutieus opvolgen van de doctrine en de orders van hun meester wiens naam de jonge vrouwen dragen, kost ze een oog, een vinger, een hand of ze belanden op de muur, opgehangen. Het is een gruwelijke wereld die de meest wrede fantasieën overstijgen. Maar het meest confronterend er aan is het gedachte-experiment dat een moderne vrije samenleving -het speelt zich af in modern Amerika- door veranderende omstandigheden, in dit geval desastreuze gevolgen van milieuverontreiniging, langzaam van een democratie in de meest gruwelijke dictatuur veranderen kan.

 

Vrouwelijke leiders

Als tegenhanger van dit dytopisch beeld valt in de echte wereld gelukkig op hoe goed vrouwelijke leiders het doen in deze spannende tijd. In Forbes stond recent een artikel met als titel: “What Do Countries With The Best Coronavirus Responses Have In Common? Women Leaders.” Jacinda Ardern, de president van Nieuw-Zeeland maakte voor de crisis al een begroting die gericht was op het vergroten van welzijn in plaats van groei. Een mooi voorbeeld voor ons. Vrouwelijke leiders aarzelen minder en durven sneller te kiezen voor de gezondheid van hun burgers. Zoals Forbes mooi uiteenzet profiteren de landen met vrouwelijke leiders van de aanpak van hun leiders vandaag de dag, ik ben er van overtuigd dat vrouwelijke machthebbers ook de beste bescherming bieden tegen conservatieve en macht beluste krachten. Tijdens het Vrijheidscollege van Sinan Can op 5 mei vorig jaar liet hij een compilatie met foto’s van dictators zien en stelde het publiek de vraag ‘Wat valt op?’ Na een korte pauze zei hij hardop wat ook wij allemaal zelf konden zien: het waren allemaal mannen.

Ik wil en durf op geen enkele manier een relatie te leggen tussen de huidige situatie van crisis en de dreiging van een dergelijke totalitaire werkelijkheid zoals in The Handmaid’s Tale. Net zomin als de onvrijheid tijdens de oorlog te vergelijken is met wat mensen nu aan onvrijheid ervaren, maar het zet wel aan tot denken. Het is een herinnering dat vrijheid inderdaad niet vanzelfsprekend is en dat het onderhoud en permanente alertheid vraagt. In tijden van crisis, van paniek, van verminderde democratische controle in een tijd waar ons normale leven drastisch verandert, moeten we onze democratie nog beter onderhouden.

Zodra we dat achterwege laten en al te gewillig uit de weg gaan zonder vragen te stellen dan brengen we onze democratie schade toe. Het is een ieders taak om niet blind orders op te volgen, maar altijd zelf te blijven nadenken. Een democratie vaart alleen goed bij macht en tegenmacht. Het bevragen van de keuzes en bespreken van alternatieven. De dilemma’s proberen te doorgronden. Er bestaan maar weinig situaties en keuzes die of honderd procent goed of honderd procent fout zijn. Het is een ingewikkelde puzzel waarbij de dingen die belangrijk zijn voor onze kwaliteit van leven, vrijheidsinperkingen en gezondheidsrisico’n tegen elkaar moeten worden afgewogen. Politiek en besturen is het afwegen van belangen tegen elkaar, het zo goed mogelijk ontwarren van dilemma’s. Het doel is het dienen van het algemeen belang.

En er bestaan ook geen alwetende mensen en leiders. (Al denken sommige van wel) Wat leiders nodig hebben zijn burgers, journalisten en politici die vragen blijven stellen. Daar bedoel ik nadrukkelijk niet mee dat ze terwijl er een crisis bezworen moet worden aanvallen blijven uitvoeren, maar wel dat ze op een respectvolle manier inhoudelijke vragen blijven stellen. De afgelopen weken hebben we gezien dat de lokale democratie die in de eerste weken van de crisis in slaap leek te zijn gebracht gelukkig langzaam aan het ontwaken is. Dat de vrijheidsdans, de tango van macht en tegenmacht, zich weer langzaam opbouwt.

 

Woorden

Een vaak onderschat of zelfs onzichtbaar thema daarbij is taal. Een van de gevolgen van het in werking stellen van de crisisstructuur en het bijbehorende instrumentarium is het gebruik van oorlogsretoriek. Crisistaal heeft veel verwantschap met oorlogstaal. Kordaat, een taal die vooral tot de verbeelding en onze angsten spreekt. Een backup scenario is een noodscenario, een opvangplek voor ouderen die uit het ziekenhuis worden ontslagen een noodlocatie -terwijl je het ook een corona care center kunt noemen, dat geeft al een heel ander gevoel. Verpleegkundigen werken in de frontlinie, ze zijn de soldaten van deze crisis. In een tijd waarin een noodverordening van kracht is is het extra opletten. Want taal is niet alleen een uitkomst van omstandigheden het heeft omgekeerd ook gevolgen voor gedrag en gevoelens. Daarom maakt het altijd uit welke woorden we gebruiken. Daarom moet onze vrijheid ook in de taal die we gebruiken weerspiegeld worden. Een woord is niet alleen een verzameling letters, het is geen dood ding, een woord is de spiegel van de mens, een ziel van de samenleving, een ambassadeur van plaats en tijd, de verrader van sluipend gevaar, het is soms ook een klokkenluider.

Al lijkt het in crisistijd soms banaal en aanstellerig, het is geen intellectueel spelletje. Juist in moeilijke omstandigheden moeten we zorgen voor onze vrijheden en onze principes van vertrouwen, openheid en democratie koesteren en deze zo goed mogelijk proberen na te leven. In een recente column in De Groene schreef Niña Weijers over haar voorkeur voor zorgvuldigheid. Dat deed ze aan de hand van een aantal vragen die haar Duitse vertaalster had gesteld: “Wat is het verschil tussen ‘kunstenaars’ en ‘artiesten’?” had ze gevraagd. “IS er een verschil? In het Duits kennen we eigenlijk alleen maar “Künstler”, “Artisten” zijn circusacrobaten. Wat te doen?” Daarover schreef Weijers: ‘Ik ben dol op zulke vragen, niet alleen omdat ze verschillen tussen talen en culturen blootleggen, maar ook omdat ze zorgvuldigheid uitdrukken. Er zijn veel argumenten te bedenken waarom zorgvuldigheid een vorm van liefde is.” Ik ben het hartgrondig met Weijers eens. Het is een vorm van liefde, een vorm van liefde die ook onze democratie dient. Daarom is heel precies zijn als het over de woorden gaat die we kiezen ook een  vorm van liefde, de liefde voor vrijheid en onze democratische beginselen.

 

Electronische isoleercel

Als we om ons heen kijken naar wat verder opvalt in deze situatie van beperking, dan springt het thema digitalisering er duidelijk uit. Hoewel het ontroerende plaatjes  oplevert van kleine kinderen die hun grootouders, gescheiden door vensterglas  proberen aan te raken en volwassenen op hoogwerkers  die een poging doen om een glimlach op het gezicht van hun demente ouders te toveren zijn de schermpjes waarschijnlijk wel hét beeld van deze tijd: Vergaderen via een scherm, les volgen via een scherm, muziekinstrumenten bespelen via een scherm, verjaardagen vieren via een scherm. Deze ervaringen en beelden gaan ons nooit meer verlaten. Omdat het voor altijd aan deze tijd verbonden zal blijven. De vraag is: Hoe gaat het ons en de samenleving veranderen?

Op veel plekken geeft deze crisis een enorme push aan de digitale mogelijkheden en het digitale denken. Dat is zo bij overheden, in ziekenhuizen, bij zorginstellingen. Investeringen die niet mogelijk leken worden nu toch gedaan. Het is verleidelijk om door optimisme of juist alarmisme gedreven futuristische visioenen te hebben, maar als ik stilsta bij de basale kansen en onze verhouding met technische mogelijkheden dan zie ik vooral veel werk in het eerst opbouwen van een goede relatie met en tot onze technische mogelijkheden.

Hierover had ik nu erg graag een goed gesprek willen voeren met professor Maurice Elzas, een gesprek waar we aan begonnen waren maar dat door zijn plotselinge overlijden afgelopen februari nooit afgemaakt is. Maurice Elzas , hoogleraar Informatica, was jaren voorzitter van Stichting Joods Erfgoed Wageningen. Elzas woonde al sinds 1973 met veel plezier in Wageningen vertelde hij me de laatste keer dat ik hem sprak na de onthulling van het kunstwerk Levenslicht van Daan Roosegaarde. Tijdens de onthulling van het kunstwerk gaf Elzas een indrukwekkende speech. Hoewel hij ietwat wiebelig op zijn benen leek te staan, sprak hij desalniettemin op de voor hem normale gezaghebbende wijze. Hij sloot zijn speech af met de volgende woorden: “Het is de hoogste tijd meer afstand te nemen van onze electronisch isoleercel en weer te leren handelen als ware medemensen.”

Het gesprek dat we achteraf voerden, in het stadhuis ,om weer een beetje op temperatuur te komen, ging niet alleen over de oorlog. Hij vertelde wel over zijn persoonlijke geschiedenis, over zijn ervaringen en avonturen in Argentinië waar hij een belangrijk deel van zijn jeugd doorbracht. Maar het gesprek ging ook over digitalisering en zijn baanbrekend academisch werk op dat terrein. Elzas was niet alleen hoogleraar Informatica maar ook ontwerper van een van de allereerste computers van Nederland. En was hij voorzitter van het Nederlands genootschap voor informatica. Toen we elkaar spraken, twee weken voor zijn overlijden, zei hij nog bezig te zijn met een stuk over digitalisering. Hij maakte zich zorgen over hoe onze apparaten onze medemenselijkheid opzij aan het schuiven waren.

Tijdens dat laatste gesprek vonden we elkaar in een aantal basale principes. ICT moeten we niet alleen als een technisch vraagstuk benaderen. Het draait er niet om om zoveel mogelijk de technische mogelijkheden te benutten, het zou omgekeerd moeten werken. De technische mogelijkheden moeten optimaal worden ingezet om menselijke behoeftes te dienen. Niet de techniek maar de gebruiker moet het uitgangspunt zijn. Voor wie de digitale vaardigheden niet goed beheerst wordt de wereld anders steeds ontoegankelijker en zo de verschillen tussen groepen steeds groter. Dit is nu actueler dan ooit. Bij elke uitbreiding van onze digitalisering moeten we bedenken of we iedereen mee hebben in die ontwikkeling.

Het was een zeer interessant en geanimeerd gesprek. De afgelopen tijd heb ik me afgevraagd wat professor Elzas had gevonden van het feit dat we allemaal nog sterker dan voorheen aangewezen zijn op onze elektronische isoleercellen, zoals hij zelf mobiele apparaten beschreef. maar ook hoe hij had gekeken naar de privacy vraagstukken van een corona app. Daar had hij zonder twijfel waardevolle gedachten over gehad, gedachten die ons hadden kunnen helpen laveren tussen de gevaren van het verleden en die van de toekomst. Tijdens zijn laatste speech zei hij ook: ‘In onze moderne maatschappij zijn mensen voor velen gewoon ‘data’ geworden. Dat is niet van gevaar ontbloot.’ Over dat gevaar had ik het met hem willen hebben.

 

Tango

Dit is een tijd van grote vragen, over gezondheid, economie en democratie en hoe ze zich tot elkaar verhouden. Allemaal verbonden aan elkaar, als een grote mobile, wanneer  één onderdeel beweegt dan beweegt de rest ook.

De belangrijkste vraag is of we de lessen van deze coronapandemie voldoende leren. Als we onze gezondheid niet zelf niet op plaats één zetten dan overvalt het ons,  zoals nu ook is gebeurd. Daar is geen ontkomen aan en de volgende dreiging staat al voor de deur. Urgenda procedeerde met succes tegen de Nederlandse Staat omdat deze te weinig doet om haar burgers te beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering, een zaak die in wezen draait om onze gezondheid. Zolang we een economisch systeem hebben dat ons ziek maakt, die onze planeet ziek maakt dan zullen we geconfronteerd worden met de dramatische gevolgen ervan.

Daarom is nu het moment om gezondheid serieus te nemen. Om een economie te bouwen die de gezondheid en het welzijn van mensen als hoogste prioriteit heeft.  En dat betekent dat we niet alleen een acute gezondheidsdreiging, zoals nu met corona het geval is, serieus moeten nemen , maar ook de stille gezondheidscrises die zich afspelen, zoals de enorme gezondheidsverschillen gerelateerd aan inkomen en woonomgeving.

Ik hoop van harte dat er achter de schermen in Den Haag hard gewerkt wordt aan het in de steigers zetten van een masterplan voor de toekomst. Een plan voor een gezonde samenleving en een gezonde economie die daar bij past. In deze tijd denk je met heimwee naar politieke architecten als Thorbecke en Roosevelt, die bewezen dat je groots kunt denken en vanaf de grond af aan iets nieuws op kunt bouwen.  Daarvoor is een ruime blik nodig en verbeelding. Daarvoor zijn er denkers nodig uit de geesteswetenschappen, economen die weten hoe een gezonde en duurzame economie er uit moet zien en innovatiedeskundigen. Denkers die in staat zijn om een intelligente doorstart te kunnen ontwerpen die de beproevingen die op ons af komen aan kan en de economie snel op haar benen kan helpen op een manier die duurzaam is.

Want als we werkelijk gezondheid het allerbelangrijkste vinden, dan moeten we daar nog veel voor doen. Onze economie moet helemaal anders worden ingericht. Onze begrotingen moeten gericht zijn op het vergroten van de gezondheid en het welzijn van mensen. Daarvoor moeten we het sturen op groei en het bruto binnenlands product loslaten. Economische groei en activiteiten die slecht zijn voor onze gezondheid moeten tot het verleden gaan behoren. Over 75 jaar kunnen onze kleinkinderen dan zeggen dat 2020 het jaar was dat de bevrijding van een ongezonde en vuile economie begon.

Er we hoeven niet vanaf nul te beginnen. De plannen voor een Green New Deal liggen al jaren klaar in afwachting van uitvoering. In Brussel en in Washington, waar rising star en outsider Alexandria Ocasio-Cortez, het jongste vrouwelijke congreslid ooit, er al tijden onvermoeibaar voor pleit.

Voor de beelddenkers onder ons: Het is tijd voor een mooie tango. Een elegante dans waarin gezondheid en economie samen leren bewegen. In een tijd waar zoveel in beweging is is een improvisatiedans met veel karakter precies wat we nodig hebben. Spanning opbouwen, sterke bewegingen, stevige présence en altijd met de grootste controle. Simultaan is er dan de schaduwdans van macht en tegenmacht, want alleen dan zijn we vellig, zijn we vrij.