Mode, markt en maatschappij - Bouwen aan de Wageningse betrokken samenleving

Bewust spreken we in Wageningen niet van een “participatiesamenleving” maar van een “betrokken samenleving”. De term participatiesamenleving staat voor veel mensen symbool voor de combinatie van botte bezuinigingen, ‘doe het maar zelf’ en een terugtredende overheid. Dat is niet de samenleving die ik voor me zie. In Wageningen spreken we daarom van een betrokken samenleving. De betrokken samenleving gaat over de invulling van mensenrechten en maatschappelijke plichten. Bij een betrokken samenleving hoort een betrokken overheid. Een overheid die niet alleen ruimte geeft voor burgerinitiatief en uit de weg gaat, maar ook actief ondersteunt en investeert in het ontwikkelen en bereiken van eigen regie. Regie over eigen leven dat is het doel, zonder dat het wordt ‘zoek het zelf maar uit’ of ‘we doen het wel voor je zonder dat we jou vragen waar je behoefte aan hebt’. Vanuit een gelijke relatie ongelijke gevallen ongelijk behandelen. Dat is vanuit respect en met begrip omgaan met een uniek individu in een unieke situatie, zonder daarbij de collectieve dimensie uit het oog te verliezen. Een individu staat niet los van zijn omgeving. 

Dit is de bijdrage van wethouder Lara de Brito aan het het debat 'Participatiesamenleving vanuit internationaal perspectief', dat op 30 november werd gehouden in de bblthk.

Hoe komt het dat we nog niet of niet meer een betrokken samenleving zijn? Ik beperk me tot een verklaring die gebaseerd is op ons economisch denken en de dominantie daarvan over al het andere. Marktwerking is, ten onrechte natuurlijk, de afgelopen jaren dé oplossing voor alle problemen geweest. Een samenleving gebaseerd op concurrentie en consumentisme kent veel problematische kanten. Omdat een consument zich niet verantwoordelijk voelt voor zijn of haar omgeving en zonder verantwoordelijkheidsbesef en betrokkenheid de verbanden die van waarde zijn verdwijnen en niet tot stand komen, zoals mensen die zich om elkaar ontfermen in een buurt. En voor sociale instituties is het problematisch omdat deze met het binnenhalen van marktwerking dat wat van waarde is voor mensen -liefde, aandacht geven, delen, begrepen voelen- naar de achtergrond is verdrongen door efficiëntie, prestatiecijfers en meer marktlogica-principes die met gevoel, welzijn en geluk niets van doen hebben. Daarom moeten publieke taken in publieke handen zijn en niet aan de markt overgelaten worden.  

Maar hoe vervangen we de concurrentie en consumentisme van vandaag door samenwerking en burgerschap? Ik geloof stellig in nabijheid, de menselijke maat, en dat beslissingen dichtbij huis worden genomen. Het liefst in de vorm van directe zeggenschap. Omdat ik er van overtuigd ben dat het belangrijke voorwaarden zijn voor het bereiken van een betrokken samenleving. Lokaal zijn we volop aan het experimenteren en bouwen we aan die lokale betrokken samenleving. Zo hebben we ons nieuwe sociale beleid  ‘Samen Wageningen’ in een proces van directe democratie met de stad vormgegeven. Het gaat over de besteding van ruim 30 miljoen, een derde van onze gemeentebegroting. Een ander voorbeeld is de kersverse visie Kind Centraal, dat het belang en perspectief van het kind als rode draad heeft en geschreven is door alle partijen die zich met kinderen bezighouden.

Wat kunnen we leren van andere delen van de wereld bij het vormgeven en bereiken van de betrokken samenleving? Allereerst een duidelijke disclaimer: want we moeten opletten dat we situaties waar sociale zekerheid ontbreekt, mensen in armoede leven en waar mensenrechten worden geschonden, niet gaan beschouwen als voorbeelden van hoe mensen geslaagd voor elkaar zorgen.

Verschil vieren we, diversiteit is een zegen, maar ongelijkheid - een sociaal-economische term- is en zou nooit een voorbeeld voor ons moeten zijn, ook niet als er elementen in zitten die inspireren. Context en intentie maken altijd deel uit van de complexiteit en preciesheid die ik graag nastreef. Daarbij hanteer ik een vaste waarde: Mensenrechten gelden te allen tijden, in alle situaties, als maatstaf en moreel kompas.

Een concreet voorbeeld, die wat mij betreft meerdere gezichten kent, is de Right to challenge, onderdeel van de nieuwe wet maatschappelijke ondersteuning die regelt dat burgers die zelf (overheids)taken rond zorg en welzijn willen uitvoeren dat inclusief budget kunnen overnemen. Het klinkt niet alleen sympathiek, het is het ook en ik zou graag willen dat het in Wageningen lukt om daar invulling aan te geven. Tegelijkertijd is het goed om bewust te zijn van de herkomst. In Engeland maar ook in New York is het geïntroduceerd omdat de overheid zich terug trok en het sociaal beleid steeds verder afgebroken werd.

Ook als het gaat om burgerinitiatieven is het goed om het niet te romantiseren. Behalve dat maar een kleine percentage mensen werkelijk meedoet aan burgerinitiatieven, zijn het vaak diegenen die al voorop lopen en die door meer ruimte te krijgen nog verder demarreren. Als de overheid niet extra haar best doet om achterblijvers ook verder te helpen, wordt het gat en de ongelijkheid nog groter dan nu al het geval. Bewust kies ik er niet voor om talent en initiatief af te straffen, maar om de ambitie om achterstand te bestrijden te verhogen.

En nog een laatste belangrijk vraagstuk: Wanneer meer mensen meer zelf moeten doen, meer vrijwilligerswerk en meer mantelzorg, wat betekent dat eigenlijk voor de emancipatie van vrouwen? Want die zijn oververtegenwoordigd in de groep vrijwilligers en mantelzorgers. In Wageningen gaan we monitoren wat deze ontwikkeling voor de positie van vrouwen betekent omdat we ons zorgen maken over de gevolgen van deze trend. Het is belangrijk om deze trends goed te doordenken.

Minder sociale zekerheid is geen oplossing voor armoede en gebrek aan maatschappelijke samenhang en kent een aantal bedreigingen waar we alert op moeten zijn. Maar meer zeggenschap, directe democratie kan wel voor meer en betere sociale investeringen zorgen. En met een omweg ben ik weer terug bij het kunnen leren van andere landen, want daarvan zijn veel mooie voorbeelden in landen aan de andere kant van de wereld.

Zuid-Amerika kent veel inspirerende voorbeelden van participatief budgetteren waar we in Nederland immens veel van kunnen leren. Een bekend voorbeeld is Porto Alegre in Brazilië. Ik kan me voorstellen dat, gezien de huidige politieke situatie, het wellicht vreemd voelt om het als voorbeeld te gebruiken. Toch is het zo dat Porto Alegre al decennia lang een traditie heeft van participatief budgetteren. Een ander voorbeeld is Torres in de staat Lara in Venezuela. In steden waar burgers zelf mogen besluiten over besteding van het geld wordt meer geïnvesteerd in belangrijke publieke taken als onderwijs en gezondheid.

Directe democratie, waarbij mensen kennis aangereikt krijgen, samen overleggen, meningen uitwisselen en samen besluiten nemen over waar het geld aan uitgeven moet worden, is de belangrijkste voorwaarde om burgerschap te ontwikkelen en vorm te geven om zo een betrokken samenleving te bereiken. Denkers als David van Reybrouck en Paul

Verhaeghe pleiten al langer voor deliberatieve democratie. In Nederland staren we ons blind op referenda en percentage opkomstcijfers. We moeten ons veel meer gaan focussen op deliberatieve democratie, het is een leerschool voor verantwoordelijkheid. En waar mensen zeggenschap over hebben, daar voelen ze zich ook verantwoordelijk voor. Op die manier kunnen publieke taken weer in een democratische publieke setting komen te staan, weg van de markt.

Onderdeel van de marktlogica, die ook nog diep in de zorg zit, is dat grootschaligheid voordelig is. Ik ben er van overtuigd dat het niet klopt, maar ik merk dat mensen het heel lastig vinden om zich van deze bijna-waarheid los te maken. Grootschaligheid maakt niet goedkoper en stabieler maar behalve onpersoonlijk, ook juist kwetsbaar. Relatief kleine klappen kunnen door de omvang van een organisatie een grote impact hebben op veel mensen. Het bekendste voorbeeld is natuurlijk de banken die too big to fail zijn. Hetzelfde geldt voor zorginstellingen, welzijnsorganisaties en scholengemeenschappen. Daarom zetten wij in Wageningen juist in op het belonen van kleinschaligheid en lokaliteit en waar nodig defuseren, opbreken zodat we de lokale maat en daarmee de menselijke maat terug krijgen. Een recent voorbeeld is onze welzijnsorganisatie Solidez, op de valreep is het gelukt om op te breken en los te komen van het Renkumse deel die daarna direct failliet ging omdat ze de aanbesteding niet binnen hebben gehaald. Als dat niet was gebeurd, was ook ‘onze’ Solidez meegetrokken. Helaas zien we nog steeds als reflex dat grote instellingen -recent nog twee enorme jeugdzorginstellingen- fuseren als ze in de problemen komen, terwijl ze juist zouden moeten opbreken.

Als laatste het belangrijke punt van inclusiviteit, de basis van een betrokken samenleving: eigen regie is wat we als uitgangspunt hebben. Niet meer praten óver maar mét mensen, dat is de gouden regel. Onze lokale sociale revolutie begint daarmee. In eigen regie moeten we investeren, het komt niet vanzelf. Het grote voordeel van participatieve beleidsvorming en budgettering is dat groepen die ondervertegenwoordigd zijn in besluitvorming, zoals laagopgeleiden, allochtonen en vrouwen, meer meedoen en dat levert hen en de samenleving heel veel op. Omdat, zoals ik eerder zei, er veel meer geïnvesteerd wordt in belangrijke dingen als onderwijs en gezondheid als inwoners zelf keuzes mogen maken. Dat blijkt uit onderzoek in Braziliaanse steden waar participatief budgetteren de nieuwe norm is.

Dat is de enige democratie die voor iedereen werkt, niet alleen voor de meer gefortuneerden en hoogopgeleiden. Vanavond gaat niet over populisme, maar het groeiend populisme heeft alles te maken met boze mensen die het gevoel hebben dat ze niet meetellen, dat ze achter het net vissen, dat niemand voor ze zorgt. En daar hebben ze gelijk in. Dus meer democratie en niet minder is ook de oplossing om goed om te gaan met de grote groep boze mensen: geef mensen zeggenschap, geef mensen meer macht. Want zoals Karl Popper het zo mooi heeft verwoord: “De eerste taak van de politiek is om vermijdbare misère, zoals economische misère, te verminderen.”

De uitverkiezing van Donald Trump als de nieuwe president van de Verenigde Staten is een internationale rode vlag, en dat is geen verwijzing naar een ideologie of regimes uit het verleden. Uit de analyse van zijn overwinning blijkt niet alleen inkomen een onderscheidende rol te hebben gespeeld. Ook veel rijke Amerikanen hebben op Trump gestemd, maar wel laagopgeleide rijke Amerikanen. Dat onderstreept het belang van onderwijs. En het plaatst de strijd tegen ongelijkheid in een breder perspectief: ongelijkheid in inkomen en opleiding leiden tot onvrede en boosheid, die we ook hier steeds vaker zien. In Nederland en in andere Europese landen. De aankomende verkiezingen in Nederland, maar ook in Frankrijk en Duitsland, zijn dan ook bijzonder spannend. Naast de positieve dingen die we kunnen leren van plaatsten elders op de wereld, zoals de voorbeelden die ik gaf van vormen van directe democratie, zijn er ook belangrijke lessen te leren over hoe we het niet moeten doen.

Als het niet lukt om mensen zeggenschap en macht te geven, als het niet lukt om mensen perspectief te bieden, het gevoel te geven erbij te horen en ook mee te mogen praten en meebeslissen, dan staat ook ons hier een politieke nachtmerrie te wachten. En ik vrees dat er volop verongelijktheid is, maar dat de pijn bij bestuurders en politici onvoldoende gevoeld wordt om echt drastische andere keuzes te maken. Ik vrees dat voor de meeste dat pas opgaat op het moment dat ze hun macht, de pluche en privilege kwijt raken, dat er iets verandert. Er moet een hele nieuwe generatie politici opstaan die leiderschap gaat tonen en de macht terug durft te geven aan de samenleving. Want de groep die als onrendabelen wordt gezien en de groep die zich ongezien voelt, verdwijnt niet vanzelf in afwachting van de volgende verkiezingen. Er staat veel op het spel. We hebben niet meer redelijkheid en rationaliteit nodig, we hebben bevlogenheid en betrokkenheid nodig. Echte en oprechte betrokkenheid en begrip, altijd, niet alleen rond verkiezingen. In Wageningen bouwen we elke dag aan onze betrokken samenleving, terwijl ik soms met lede ogen het onvermogen om ons heen zie om het verschil te maken, te kiezen voor mensen in plaats van de markt en eenvoudigweg te doen wat nodig is in plaats van te blijven hopen dat op een miraculeuze wijze de oude werkelijkheid van winst maken en wegkijken weer herleeft. Hoe onzeker en eng de nabije toekomst ook is, het is geruststellend om te weten dat dat tijdperk bijna aan zijn einde is gekomen.